Nederlands Dagblad

Schepping zonder Schepper

 

DOOR HERMAN VEENHOF

 

Toen Frank Boeijen een kleine jongen was, nam zijn opa hem eens mee naar buiten. Het was een wolkenloze avond in het nog schaars verlichte Nederland van begin jaren zestig. ,,Kijk, in de hemel hebben ze het licht laten branden’’, zei hij. ,,Allemaal gaatjes in de vloer.’’ Bijna een halve eeuw later zingt de kleinzoon het lied ‘De onderkant van de hemel’.

 

Dat lied is een verslag van een autorit die twee vrienden maken naar het

westen. Het is avond, de laatste stralen van de zon scheren over snelweg

en land. Veel van die ritten zullen er niet meer zijn.

 

Vriendschap is liefde

Liefde is vriendschap

Daar hoef je geen woorden

Aan vuil te maken

 

Te jong om vooruit te zien

Te oud om terug te kijken

Te jong om vooruit te zien

 

De onderkant van de hemel

Zelden zo’n mooie zonsondergang gezien

Wat is God

Wat is God toch een kunstenaar

 

Zo staat het in het tekstboekje van Camera, de nieuwe plaat van Boeijen

(bijna 52), maar hij zingt het niet zo. Hij zingt twee keer de vraag: ‘Wat is

God?’ en dan, na een woordloze pauzenoot, ‘toch een kunstenaar’.

Of niet soms? ,,Heel goed gezien.’’

Boeijen bewondert en geniet van de schepping, maar een Schepper, ‘daar

kan ik onmogelijk in geloven’. ,,Een Nijmeegse professor heeft gesteld dat

het begin van Genesis altijd fout is vertaald. Het is niet: God schiep de

hemel en de aarde’, maar ‘God scheidde de hemel van de aarde’. Die be-

stonden dus al.’’

Het klinkt niet triomfantelijk. Boeijen is geen type om theologische discus-

sies aan te gaan. ,,Maar ik houd me wel aan wat wetenschappelijk vast-

staat.’’ Dan meteen: ,,Ik wil niemand iets afnemen, hoor. Maar God heeft

als kunstenaar ook heel lelijke dingen laten maken.’’ De zondeval is hem

wat te protestants.

Hoe zat het thuis? De jongste van tien kinderen, arbeidersmilieu, maar de-

gelijk en liefdevol. Kerk en geloof vormden geen strenge roede. ,,Mijn

vader zei op zijn 82e, vlak voor zijn sterven, toen ik hem vroeg naar hoe

hij ertegen aan keek: ‘Ach joh, het is allemaal onzin. Ik ging mee naar de

kerk voor mama. Maar als ik niet in de hemel kom, dan komt er niemand

in’.’’ Het was geen opschepperij, Boeijen sr. had gewoon eerlijk geleefd.

Boeijens moeder geloofde wel. ,,Maar zij stierf later en had een doel. Ze ging

naar mijn vader, ze wilde graag.’’

Frank Boeijen boekstaafde het overlijden van zijn ouders op de plaat Vader-

land (1997). Twaalf jaar later keerde hij terug naar Brussel, naar dezelfde

studio, één van de weinige waar ze nog met liefde en niet voor het geld

muziek maken.

Boeijen is in de Vlaamse media sowieso veel toegankelijker dan jegens

de Nederlandse. Helemaal na zijn driedubbelaar As (2006), waarin hij

zich echt boos maakte over de verruwing, de graaicultuur en het geweld

in Nederland. ,,België is kleiner en heeft minder inwoners dan Neder-

land en is waanzinnig complex. Wij keken op hen neer als een bananen-

republiek. Maar vandaag de dag ligt dat omgekeerd. Belgen luisteren be-

ter, waarderen cultuur hoger en zijn gewoon wellevender dan Hollanders.

Wat ook meespeelt is dat ik daar pas sinds de jaren negentig bekend ben,

als chansonnier. Die hele erfenis van de jaren tachtig hebben ze niet.’’

Boeijen doelt op zijn beginperiode als tieneridool, met een new wave-kop-

pie en hits als ‘Verjaardagsfeest’ en dat vreselijke ‘Linda’. Al in 1987 koos

hij als eerste popmuzikant voor het theater, maar nog steeds valt hem

misplaatste jovialiteit ten deel: ‘Frankie!!! Kronenburger Park’ (schouder-

klop of vette knipoog).

Ooit zong Boeijen: ‘Denk niet zwartwit’. Dat was in 1983, na de dood van

Kerwin Duinmeijer. Een kwart eeuw later is hij zijn wilde haren kwijt en

heeft Nederland ze gekregen. Dubbelop zelfs, in de naam en de manen

van Geert Wilders. Hij had nog wel een boze plaat kunnen maken, Ne-

derland is er alleen maar slechter op geworden. Maar Boeijen ging het juist

beter. Hij kiest voor de warmte, de intimiteit, de ‘verborgen schatten’ van

het verleden, de herwaardering van zijn jeugd. De Bijbel letterlijk nemen,

nee dank u. Maar misschien behoudt de poëzie.

Het slotakkoord op Camera is het nummer ‘Vergeving’. Dat klinkt chris-

telijk, maar Boeijen wil het breder zien. Maar hoe dan en is hij er zélf

goed in? Hij lacht, die jongensachtige  grijns onder blauwe ogen, waar kraai-

enpootjes geen afbreuk aan kunnen doen: ,,Ha, dat gaat steeds beter. Je

wordt milder als je ouder wordt.’’

Vergeving is een groot woord, vindt hij. Een eenzaam woord ook. ,,De

dalai lama zei: vergeving is de weg naar geluk.’’ Hij reisde maanden

door Cambodja en Vietnam. In het eerste land vermoordde een kwart

van de bevolking een ander kwart, op beestachtige wijze. In Vietnam

vielen meer Amerikaanse bommen dan in heel de Tweede Wereldoor-

log. ,,Dan vraag je: ‘Haten jullie de Amerikanen’? Nee. Dat vinden ze ‘al

zo lang geleden’. In Rwanda vergeven mensen elkaar ook en in Zuid-

Afrika was een verzoeningscommissie een groot succes. En hier in Nij-

megen praten ze na 65 jaar nog over dat vergissingsbombardement.

Tweeduizend doden, dat wel.’’

Vergeving is beter dan wraak, altijd, vindt hij. ‘Het lost nooit iets op, het

wordt alleen maar erger’. En natuurlijk, in de Bijbel kom je het ook tegen.

In een half uur op de televisiezender Nijmegen1 kon Boeijen uitweiden

waar dat in de jagende landelijke media niet meer kan. ,,Het was Jezus die

een eind maakte aan de joodse traditie van oog om oog en tand om tand.

Heel opmerkelijk, want hij was zelf een Jood. De Kóning der Joden. Dat

vergeten christenen wel eens.’’

Hij somt het op, uit zijn jeugd: ,,Mea culpa, mea culpa. Eerst de zonde, dan

berouw, dan de vergeving. Dat was de katholieke volgorde.’’

Boeijen wordt een dagje ouder. Hij heeft een bril, een modieuze, zwarte,

ernstige. Hij nachtbraakt minder, de drugs zijn allang weg, een blowtje na

het eten daargelaten. Drank en shag zijn er nog wel. Maar nu is het elf uur

voor het raam van de Vereeniging in zijn thuisstad. Hij bestelt koffie en

‘nog een Spa blauw’. Hij lacht weer: ,,Doe ’es gek! We springen lekker uit

de band. Rock & roll!’’

We gaan naar buiten, de man moet aan de tabak en dat mag niet meer

binnen: ,,Ja, dat is er een van jullie, hè? Ab Klink!’’ We kijken uit over het

Keizer Karelplein. Er zijn geen lifters meer. Verderop staan een stel blauwe

overhemden van de Rabobank ook buiten te stomen. ,,Dit is de plek van

mijn jeugd’’, zegt hij door zijn wimpers. ,,Maar je kunt het ook als nieuw

bekijken, met andere ogen.’’

Zijn nieuwe verslaving heet reizen. Maanden per jaar. ,,Naarmate je ver-

der reist, herinner je je meer.’’ Thuiskomen kan alleen als je echt weg bent

geweest, zoiets. Dan is het vergeven ook makkelijker, zijn de ontmoetin-

gen nieuw.

 

Dat er afstand is

Dat afstand bestaat

En een terugkeer mogelijk is

 

Boeijens teksten zijn klein van omvang en persoonlijk van aard. Ze zijn

ook open, niet meteen te duiden (de media nu noemen dat dan ‘vaag’).

Toch gebruikt hij grote woorden, soms zelfs voorzien van het lidwoord

‘De’. Dan zijn het songtitels. Vergeving. Verzoening, Ontmoeting, Belo-

ning.

Die balans tussen weggelaten woorden en grote thema’s maakt Boeijens

materiaal houdbaar. Hij kijkt er zelf van op. ,,Binnenkort bundelen ze

mijn teksten en er zijn maar weinig liedjes waar ik nu anders tegenaan

keek dan toen ik ze maakte.’’

Iedere artiest van niveau maakt een paar nummers die blijven. Bij Boeijen

is dat ‘Zeg me dat het niet zo is’. Dat werd geschreven na de dood van de

moeder van zijn toenmalige partner Amanda, die daar helemaal kapot van

was. Maar iedereen met pijn na de dood van een dierbare kan niet an-

ders dan daar iets bij voelen. Boeijen krijgt dan ook ongevraagd veel leed-

verhalen te horen. ,,Dat vind ik niet erg, het valt ook wel mee. Als som-

mige van mijn liedjes troost kunnen bieden, ben ik daar gewoon heel

dankbaar voor. Ik put ook troost bij anderen.’’