Esta

Bekende Nederlanders vertellen over het gezin waarin ze zijn opgegroeid. Welke invloed heeft dat gehad op wie ze nu zijn?

 

Door Ingrid Spelt

 

Zanger, componist en producer Frank Boeijen (27 november 1957) is geboren in Nijmegen. Hij is
de jongste van tien kinderen, heeft zes zussen en drie broers. Frank woont zeventien jaar samen met Agnes.
Deze maand is zijn nieuwe cd Camera uitgekomen.

 

'Als jongste werd ik opgevoed door veel vrouwen en in de watten gelegd. Heerlijk vond ik dat. Ik hou van vrouwen, veel van mijn vrienden zijn vrouwen, en ik weet zeker dat dat komt door het gezin waarin ik opgroeide. We woonden in een volksbuurt in Nijmegen in een flat op de begane grond en waren échte straatkinderen. Met warm weer hing iedereen uit het raam, stonden de stoelen op de stoep.
Ik kom uit een katholiek-socialistisch gezin, er was een grote saamhorigheid. Emotioneel socialisme begrijpen mensen niet meer. Een man die boven ons woonde had astma en stond regelmatig bij ons in de tuin voor frisse
lucht. Dat soort dingen deed je voor elkaar. Mijn moeder zamelde bijvoorbeeld geld in voor een bed voor die man, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Maar laat ik het niet te ideaal voorstellen, mensen hadden het niet breed. Mijn vader was typograaf en werkte bij een drukkerij. In die tijd was het een hiërarchische maatschappij, de jaren 60 en 70 waren politieke tijden. Mijn ouders waren niet politiek actief maar wel betrokken.
Mijn vader haalde ons jongens uit bed om 's nachts te kijken naar de nacht van Schmelzer, waarin het kabinet-Cals ten val kwam, maar ook voor een wedstrijd van bokser Cassius Clay of de maanlanding maakte hij ons wakker. Thuis moesten we alles delen, ik had niet eens een eigen bed. Ik sliep eerst bij mijn oudste zus in bed, daarna
met mijn broers in een stapelbed. We woonden klein en alles speelde zich af rondom de
tafel: zoiets als 'De aardappeleters'. Als ik onder het eten alleen wilde zijn, ging ik onder de tafel zitten met mijn hoofd op mijn moeders schoot. Ik heb ook een grote hang naar privacy, dat moet door dat grote gezin zijn gekomen. Aan de andere kant creëer ik tijdens een tournee ook de gezelligheid en de sfeer van thuis. We eten altijd samen voor een optreden, het is ontzettend leuk om met een band onderweg te zijn. Dat is het dubbele.
Als ik alleen wil zijn, loop ik het bos achter mijn huis in. Ik reis ook heel graag, vind het heerlijk om ergens anoniem te kunnen zijn. Ik heb veel met het Oosten, de afwezigheid van het christendom, de andere manier van
in het leven staan. De sfeer, de bescheidenheid, de nederigheid, het in staat zijn tot vergeving, dat alles spreekt mij aan. Ik ben katholiek opgevoed, ben niet religieus, maar hou wel weer van die religieuze kunst. Daar kan ik erg van genieten. Mijn moeder vereerde Maria. Mijn vader zei: 'Het is allemaal onzin, maar doe het voor mama.' Op mijn 12e mocht ik kiezen of ik nog naar de kerk wilde, ik wilde niet meer.
Ik was een wijs kind doordat ik ook door mijn oudere zussen en broers werd opgevoed. Toen ik 6 was, luisterde ik al naar Bob Dylan. Als kind haatte ik hem. Als ik probeerde te slapen, draaiden mijn broers naast mij continu die platen terwijl ze studeerden. Nu gaik altijd met mijn broers naar Bob Dylan als hij in Nederland is. We maken daar echt een uitje van.
Er werd veel muziek gemaakt bij ons thuis. Op familiefeestjes spelen en zingen we nog steeds samen. Een keer per jaar hebben we een Boeijen-dag, dan zijn er zeventig mensen. Moet je nagaan, allemaal ontstaan uit die twee kleine mensen. Mijn ouders zijn ruim tien jaar geleden overleden. Ze kwamen altijd naar mijn optredens, zeker toen ik in het theater speelde. Het laatste optreden is altijd in Nijmegen, dat is dan ook speciaal voor mijn familie.
Mijn ouders waren net als mijn zussen en broers trots op mij. Hoewel mijn moeder altijd dé klassieke uitspraak van alle moeders verkondigde als mensen vroegen: 'Mevrouw Boeijen bent u niet trots op uw zoon?' Steevast zei ze dan: 'Ik ben trots op al mijn kinderen en ik heb er tien.' Ik heb een sterke band met mijn familie, maar niet zo
klefjes. Naar verjaardagen ga ik ook nooit, er komt geen eind aan met zo'n grote familie. Als jongste weet ik ook niet alles over hen. Zeker niet van mijn oudste zussen, er zit twintig jaar leeftijdsverschil tussen.
De Boeijens zijn heel preuts, een sauna of naturistencamping is niks voor ons. Thuis waren we wat dat betreft niet vrij, het onderwerp sexualiteit was taboe. Mijn vader wilde geen gedonder, sexuele voorlichting kregenwe op straat. Mijn ouders heb ik nooit zien zoenen - ja, een kusje bij het weggaan en thuiskomen. Ze waren wel heel lief voor elkaar, ze hielden veel van elkaar, dat weet ik zeker. Op de lagere school was ik verliefd op Sylvia Kok, ze woonde in de straat, ik schreef overal SYLVIA op. Ik zat op een jongensschool en op vrijdagmiddag ging ik na school naar de kerk. Aan de ene kant zaten de meisjes, aan de andere kant de jongens. Soms moest ik voorzingen, ik schaamde me verschrikkelijk. Ik vond het vreselijk dat ik er werd uitgepikt. Echt, ik was heel verlegen. Die verlegenheid heeft met schaamte te maken, ik schaamde me ook altijd dat ik in het Nederlands zong. Nu ik ouder ben, voel ik me minder snel verlegen. Die verlegenheid is misschien ook wel de reden dat ik me niet thuis voel in het wereldje van bekende Nederlanders. Ik heb me er altijd afzijdig van gehouden. Sowieso, als ik iemand aankijk en denk: er klopt iets niet, dan ben ik weg. Ik ben een heel slecht acteur, wil gewoon mezelf kunnen zijn. Doordat ik getrouwd was met Amanda (Redington, Engelse presentatrice, red) heb ik veel geleerd van de Britten. Mensen gaan met respect en zachtaardige beleefdheid met elkaar om en als je iets niet leuk vindt, verander je dat zachtaardige in ijskoude beleefdheid. Dat is de enige rol die ik wel leuk vind, daarmee kunje mensen op afstand houden, kun je jezelf overeind houden zonder problemen te krijgen.
Op mijn 15e had ik vaste verkering, heel serieus met een meisje dat drie jaar ouder was. Ze woonde al op kamers, dat was fantastisch. In die tijd ging ik nooit naar school, toen is de ellende op de middelbare school begonnen. We verhuisden ook nog eens naar een nieuwe wijk buiten de stad, zo'n wijk als Alex van Warmerdam goed kan verfilmen. Er was helemaal niets, geen winkel of café. Iedereen ging 's ochtends vroeg weg. Als je aan het einde van de middag op straat liep en je keek bij mensen naar binnen, keek iedereen naar een kant van de kamer, dáár waar de tv stond. In die tijd begon ik te blowen - hasj en marihuana vind ik nog steeds geweldig. Je moet het met mate gebruiken en niet van die Nederlandse troep, dan is het het beste medicijn.
Ik heb op drie middelbare scholen gezeten, leren interesseerde me geen lor, ik kwam gewoon niet. School was echt de absolute hel. Ik begon op het gymnasium, daarna ben ik overgestapt naar het atheneum, die school zat aan het Kronenburgpark. Ik deed vakantiewerk in Griekenland en eigenlijk wilde ik niet meer terug, maar het geld was op. Mijn vader heeft iets met school geregeld. Blij was ik er niet mee, ik had net zo'n grote hekel aan de leraren als aan de leerlingen. Het was niet zo dat ik niet wilde leren, juist wel, écht. Ik was helemaal niet tegendraads, maar de
scholen waren gewoon slecht. Het waren ook heftige tijden, tijden van demonstraties, de oorlog in Vietnam, afkeer tegen de Amerikanen, huizen werden gekraakt. Ik sympathiseerde met de demonstranten, liep ook weleens mee, maar het is niet mijn ding, zeker niet als er geweld bij komt kijken. Geweld lost niets op, zal nooit iets oplossen. Wraak ook niet, al die oorlogen. Ik praat er in de media niet meer zoveel over, maar het houdt me wel bezig.
De gewelddadige wereld waarin we leven is niet de reden dat ik geen kinderen wilde. Ik wilde ze niet omdat ik uit een groot gezin kom. Ik heb gezien hoe mijn moeder daar onder heeft geleden. Ze was altijd bezig, dat heeft haar gesloopt. 's Ochtends stond ik met haar tientallen boterhammen te smeren. Toen ik 6 was, was ik al oom. Ik zag het hele opgroeien van een klein lief kind naar verwend nest, naar lastige puber en akelige yup aan mij voorbijkomen. Ik zag het perspectief van het zaadje en dacht: na way, dat wil ik niet. Ik heb helemaal geen hekel aan kinderen, maar kinderen opvoeden lijkt me een enorme opgave, het is wel je leven lang. De
vrouwen in mijn leven wilden wel graag kinderen. In mijn relatie met Amanda was het een van de redenen dat we uit elkaar zijn gegaan. Ook bij Agnes tikte de biologische klok, daar praat je dan over. Sommige mensen hebben kinderen, sommige gewoon niet.
Ik ben ook altijd met muziek bezig, zou helemaal geen tijd hebben voor kinderen. Muziek heb ik nodig, zeker in tijden dat ik terneergeslagen ben. Ik ben opgewekt, optimistisch maar ken ook tijden dat ik me shit voel. Dan heb ik nergens zin in, zou ik het liefst de hele dag op een bankje naar de bomen willen kijken. Waar dat vandaan komt, weet ik niet. Misschien is het erfelijk? Mijn vriendin herkent het gelijk.

Agnes kent mij beter dan ik mezelf ken. Ik ben ook heel ang in therapie geweest, was heel ongelukkig. Ik ben gewoon zo gek als een deur lacht). Als je jong bent en je wordt bekend, an beschadig je. Je hebt een andersoortige
jeugd met al die ongewilde aandacht. Als k op straat liep, had ik trossen gillende eiden achter me aan. Ik kreeg allures, vertoonde ivagedrag. Iedereen deed alles voor e, ik wist niet eens hoe ik een biertje moest bestellen. Het album In natura, bijna 25 jaar eleden, was de afrekening met dit alles. Ik ilde het niet meer, dacht: laat me met rust. aar als ik lang niet reis, lang geen lied chrijf, lang niet optreed, gaat het niet goed met mij.
Bij Agnes hoef ik niet met onzin aan te omen, ze kijkt dwars door me heen. Vrouwen unnen dat en zij helemaal. Agnes is ijn beste vriend, I love her. Ze is een rustpunt n mijn leven. Heel lang kon ik beter opschieten met  vrouwen, maar daar is verandering in gekomen. Hans is bijvoorbeeld l jaren een goede vriend. Op mijn nieuwe cd Camera zing ik in het nummer Het uis van Hans over hem. Ik kon altijd tot één uur 's nachts bij hem aanbellen als het licht og brandde. Dat heb ik ook lang gedaan. Of k nu in nood was of om gewoon te drinken en te ouwehoeren. Ik kon altijd bij hem erecht. Héél bijzonder, die vriendschap koester ik.'